De volgende woordenstroom borrelde vanochtend in mij omhoog, zittend in de trein van
Groningen naar Amsterdam. Vanuit de trein bezag ik de wereld. Een wereld die wit was met
onverwachte elementen. En het zijn juist die dingen die het leven interessant maken.
En niet te vergeten de moeite waard.
Het landschap is plat, veel te plat om te kunnen bevatten en nog wit bovendien.
Wit van de sneeuw. Geen sneeuw om onschuld te bedekken want de onschuld is lang geleden uitgedoofd.
Statig, maar eigenwijs steken de bomen overal bovenuit en doorboren het wit geworden landschap,
dat vanuit de trein aan me voorbijtrekt. Zo wit en vluchtig dat het bijna ongrijpbaar wordt.
Maar ik weet er via mijn pen grip op te krijgen. Er iets van te vangen in deze woorden op papier.
Angstaanjagend is het ook, in flitsen het witte landschap te zien. Machteloos te moeten toezien hoe
het bezit van me neemt. Meegezogen word ik, opgenomen in het geheel van krachtig wit en genadeloze
dood lijkende takken. De mensen zijn het ergst, maar die kan ik buiten sluiten en terwijl ik één
word met wat ik zie en schrijf, maakt de trein een stop zodat ik weer verder kan.
Uitgeput en toch met frisse energie.
© Hannah Biemold