Slechts af en toe maakt een stem zich los uit het achtergrondgeluid in het café. Een paar woorden of een lach kan ik nog wel onderscheiden voordat de stem weer oplost en niet meer als losstaand gehoord kan worden. Woorden die deel uitmaken van een gesprek. Gesprekken die plaatsvinden tussen mensen aan de verschillende tafels. Nietszeggende gezichten en en onduidelijke emoties. Woorden die nauwelijks zinnen vormen en dus overbodig lijken, laat staan het waard zijn om te onthouden.
Ik drijf op het achtergrondgeluid als een popzanger op zijn publiek. De vergankelijke brij aan geluiden is een voedingsbodem voor mijn rusteloze gedachten. Als ik de woorden die ik nu opschrijf hardop zou uitspreken zouden ze verloren gaan. Er zou niet naar geluisterd worden tenzij ik mijn stem verhef. Nu kies ik ervoor dat niet te doen en in stilte mijn eigen woorden in mijn gedachten heen en weer te laten rollen. Het gaat nu tussen mij en de woorden op papier. Enige klanken die vrijkomen uit hun omgeving druk ik met succes de kop in en strijk ze glad.
Enig polijsten is mij niet vreemd.
Bijbehorende gezichten of alleen hun uitdrukkingen vergeet ik zó weer. De herinnering zou mijn geest vertroebelen of uitvlakken. Op één dag in de stad komen zoveel gezichten voorbij dat het maar goed is dat ik ze kan wegdrukken.
De scheiding tussen gedachten en omgeving mag niet worden verstoord. Een enkel detail mag mij bijblijven, al is dat slechts een enkel woord.
Toegevoegd: Sep 06, 2004 | e-mail