Inmiddels ben ik erachter wat er gisteren aan de hand was met de wereld. Ik dacht al dat ik zaken zag waarvan ik het bestaan niet had vermoed. Ik werd gisteren wakker en voelde mij heel vreemd, en ik had toen nog niet door dat ook mijn bed enigszins overhelde... Zoals een gewone zaterdag ging ik naar mijn werk en de sfeer was er goed en ook een beetje vreemd. Onderweg was ik bomen en reclameborden tegengekomen die er echt nog niet waren de dagen ervoor. Maar dat heb je in een stad als Amsterdam wel vaker. Dus is het niet per definitie verdacht. Op de werkvloer leek ik vanuit een andere hoek naar mijn collega's te kijken wat een verhelderend effect gaf. Zo had ik hen nog niet eerder bekeken!
Een en ander kan te maken hebben dat ik mij vanaf gisteren een soort van gespleten voel. Niet dat mijn persoonlijkheid gespleten is geraakt overnacht maar toch. Ik ben er nog niet gerust op. Ik sta op een soort driesprong in mijn leven, maar uit die ene richting kom ik net vandaan. Een deel van mij is de ene kant op gelopen en inmiddels is het overige deel de andere kant opgelopen. Een beetje als in de film 'Sliding Doors' (VS, Peter Howitt, 1998) dus.
Maar wat zijn dan mijn metrodeuren waar ik al dan niet nog net doorheen kon glippen? Zijn het de deuren van het Atrium of toch een trein? Twee kanten van een zaak bekijken is zo slecht nog niet. Want er zit weer een keuze aan te komen en het is nog te bezien in hoeverre ik daar iets in te zeggen heb. Vandaag heb ik in elk geval mijn eetlust weer terug, gisterenavond kreeg ik geen hap naar binnen...
© Hannah Biemold