Terwijl ik naar huis liep realiseerde ik me dat bijna al mijn zintuigen scherper waren dan normaal. Misschien kwam het omdat ik die middag een meisje had gezien met prachtige blauwgrijze ogen, een heel lichte huid en dik kastanjebruin haar. Vervolgens verdwaalde ik in die ogen en schreef:
In haar ogen waande ik me in een blauwgrijze sneeuwstorm met stoeiende poolhonden. Ik wilde haar doen blozen en met háár stoeien in de sneeuw die ondertussen buiten viel.Hierna probeerde ik mijn ogen van haar af te houden - wat mij ternauwernood lukte - maar de blos waarover ik schreef kwam tevoorschijn. Toen ik de rekening kreeg schreef ik mijn gedicht op de achterkant. Ik schoof dit vervolgens half onder een schoteltje met de beschreven kant naar boven. Mijn e-mail adres heb ik eronder gezet. Vanuit het cafe liep ik bijna dansend naar de supermarkt...